In gesprek met EMRIC-voorzitter Andreas Dovern

"Vertrouwen ontstaat niet tijdens een crisis, maar lang daarvoor." Volgens EMRIC-voorzitter Andreas Dovern vat die ene zin goed samen waar grensoverschrijdende samenwerking om draait. We spraken met hem over zijn visie op EMRIC, de uitdagingen voor de hulpdiensten en de toekomst van de samenwerking in de Euregio.

Share article
Portretfoto Andreas Dovern

U bent al vele jaren actief binnen noodplanning en crisisbeheersing. Hoe bent u in de grensoverschrijdende samenwerking terechtgekomen?

"Tijdens mijn loopbaan heb ik zowel operationele als strategische verantwoordelijkheden opgenomen binnen de hulpverlening en crisisbeheersing. Daarbij heb ik al snel ervaren dat incidenten zich niet laten beperken door administratieve grenzen.

Voor mij gaat grensoverschrijdende samenwerking over meer dan afspraken of technische systemen. Het gaat om vertrouwen tussen mensen en organisaties. Tegelijk moeten we gezamenlijke standaarden ontwikkelen, zodat we op cruciale momenten snel en zonder onnodige hindernissen kunnen samenwerken. Dat is precies waar EMRIC voor staat."

Groep mensen in uniform staat in een garage, met brandweerwagens op de achtergrond.

Is er een ervaring die uw kijk op crisisbeheer blijvend heeft beïnvloed?

"Niet één specifiek incident. Het was eerder de vaststelling dat crisissen vaak moeilijk worden wanneer communicatie, verantwoordelijkheden of een gedeeld beeld van de situatie ontbreken.

Ik heb ook gezien hoeveel verschil het maakt wanneer hulpdiensten op elkaar kunnen rekenen, ongeacht uit welk land ze komen. Dat heeft mijn visie mee gevormd. Goede crisisbeheersing vraagt geen parallelle systemen, maar mensen en organisaties die met elkaar verbonden zijn."

Als u uzelf aan het begin van uw loopbaan één raad zou mogen geven, welke zou dat zijn?

"Vertrouwen ontstaat niet tijdens een crisis, maar lang daarvoor.

Techniek, plannen en procedures zijn belangrijk, maar uiteindelijk maken mensen het verschil. Ik zou daarom nog vroeger investeren in netwerken, relaties en gezamenlijke oefeningen.

Ook over leiderschap heb ik in de loop der jaren iets geleerd. Je hoeft niet altijd de luidste stem in de ruimte te zijn. Goed leiderschap geeft richting en houvast, zeker wanneer de omstandigheden moeilijk zijn."

Wat sprak u aan in het voorzitterschap van EMRIC?

"EMRIC is voor mij een sterke Europese samenwerking met een heel concrete meerwaarde. Europese samenwerking krijgt hier elke dag vorm, in ambulances, brandweervoertuigen, meldkamers en tijdens gezamenlijke inzetten.

De uitdagingen waarmee we vandaag geconfronteerd worden, van extreme weersomstandigheden tot grootschalige crisissen, worden steeds complexer. Geen enkel land kan die alleen aanpakken. EMRIC toont dat samenwerking een kracht is."

Waar wilt u de komende jaren met EMRIC naartoe?

"Ik wil dat EMRIC nog sterker wordt gezien als een geïntegreerd grensoverschrijdend samenwerkingsverband dat klaar is voor de uitdagingen van morgen.

We moeten de operationele samenwerking verder verdiepen, gezamenlijke standaarden blijven ontwikkelen en nieuwe technologieën op een doordachte manier inzetten. Tegelijk mogen we niet vergeten dat vertrouwen, wederzijds respect en een goed begrip van elkaars werking de basis blijven van een goede samenwerking.

Ik hoop dat EMRIC ook in de toekomst een voorbeeld kan zijn van hoe grensoverschrijdende samenwerking in de praktijk werkt."

Twee officieren in gesprek

Wat is daarvoor volgens u nodig?

"Een goede samenwerking groeit door samen op te treden. Gezamenlijke oefeningen, opleidingen en uitwisselingen zijn daarbij onmisbaar. Mensen werken goed samen wanneer ze elkaar kennen en vertrouwen hebben opgebouwd.

Daarnaast moeten we blijven investeren in de operationele samenwerking tussen de partners. In een crisissituatie moet informatie snel, duidelijk en over de grenzen heen beschikbaar zijn. We moeten ook praktische drempels blijven wegwerken, bijvoorbeeld op het vlak van communicatie, techniek en administratieve procedures.

Tegelijk moeten we vooruitkijken. Extreme weersomstandigheden, uitval van kritieke infrastructuur en andere complexe crisissituaties vragen om veerkrachtige en flexibele systemen."

Wat ziet u als de grootste uitdaging voor de grensoverschrijdende samenwerking?

"Elk land heeft zijn eigen structuren, verantwoordelijkheden en tradities. Dat is op zich waardevol, maar die verschillen mogen tijdens een inzet geen vertraging veroorzaken.

Daarnaast krijgen hulpdiensten te maken met nieuwe risico's en een toenemende druk. Dat vraagt dat we onze samenwerking voortdurend blijven ontwikkelen en tegelijk aantrekkelijk houden voor toekomstige generaties hulpverleners."

Waar liggen volgens u de grootste kansen voor EMRIC?

"De basis is vandaag al sterk. We beschikken over betrokken partners, veel expertise en een gedeelde ambitie om de mensen in de grensregio zo goed mogelijk te beschermen.

Ik zie veel mogelijkheden in digitalisering, het samen leren uit incidenten en een nog nauwere samenwerking tussen opleiding, aansturing en operationele inzet. Ook op Europees niveau kan EMRIC een inspirerend voorbeeld zijn van moderne grensoverschrijdende samenwerking."

Welke boodschap wilt u tot slot meegeven aan de hulpverleners in België, Nederland en Duitsland?

"Mijn grootste respect gaat uit naar iedereen die zich dagelijks inzet voor de veiligheid van anderen.

Grensoverschrijdende samenwerking leeft niet alleen dankzij afspraken en structuren, maar vooral dankzij de inzet en het engagement van de mensen op het terrein. Ik hoop dat we die samenwerking verder kunnen versterken, met een gemeenschappelijk doel: mensen de best mogelijke hulp bieden wanneer ze die nodig hebben."