Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Persoonlijke hulpmiddelen

Navigation

Maak Nederland groter, versterk de grensregio

Door Annemarie Penn-te Strake, burgemeester van Maastricht

Zoals de horizon niet de grens van de wereld is, is de grens niet de horizon van ons land. We moeten en kunnen verder kijken dan Sluis, Vaals en Oldenzaal. De nationale belangen liggen namelijk voor een groot deel in een open Europa. Maar om daar te komen moet je via de grensregio’s. Dus hoogste tijd om in landsbelang de rol van deze regio’s als bruggenhoofd te versterken. Als Den Haag dat nog ondergeschikt zou vinden, dan heeft de coronapandemie onmiskenbaar aangetoond dat een grensregiobeleid cruciaal is.

Europa maakt zich op voor de 30e verjaardag van de Unie, eind 1991 beklonken in Maastricht. Er valt echter weinig te vieren. De publieke en politieke steun voor de EU brokkelt al jaren af, gekibbel tekent de sfeer in Brussel. De oorzaak kwam, als er nog iemand over twijfelde, pijnlijk aan het licht toen de coronapandemie uitbrak: neo-nationalisme. Elk land voerde zijn eigen maatregelen in zonder ook maar op enigerlei wijze rekening te houden met de buurlanden. Dieptepunt is de grensblokkade, inclusief betonblokken, tussen Nederland en België voorjaar 2020 met schrijnende sociaal-maatschappelijke gevolgen.
Terwijl de nationale regeringen elkaar betwisten, zien we langs de grens met Duitsland en België echter ook een ander Europa. Dat van een effectieve, pragmatische samenwerking tussen buurgemeenten en –regio’s aan weerszijden van de grens. In de vier miljoen inwoners tellende Euregio Maas-Rijn – het gebied in een straal van 30 kilometer rondom Maastricht – heeft dat tijdens de coronacrisis geleid tot de versterking van een uniek samenwerkingsverband.

Al ongeveer 20 jaar werken de diensten die in de Euregio Maas-Rijn (EMR) verantwoordelijk zijn voor incidenten- en crisismanagement (ic) effectief samen. Dankzij de projectorganisatie Emric lukte het om op maat gemaakte bi- en trinationale overeenkomsten te sluiten. Ambulances, politie- en brandweerauto’s rijden zonder enig probleem met gillende sirenes de grens over als dat nodig is, ziekenhuizen wisselen mensen, middelen en kennis met elkaar uit. Zo logisch als dat klinkt is dat trouwens niet in het huidige Europa. Deze euregio is er tamelijk uniek in.
In de eerste weken van de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog kwam echter de ontnuchtering: de nationale hoofdsteden gingen er zich mee bemoeien. Ze legden onze grensregio die inmiddels een flinke ervaring had op het gebied van euregionaal crisismanagement tal van beperkingen op. Van de ene dag op de andere was het afgelopen dat ambulances zomaar de grens overstaken. Het is werkelijk gebeurd dat een coronazieke inwoner van Vaals, die vanuit zijn keukenraam het academisch ziekenhuis van Aken ziet liggen, per helikopter naar Rotterdam werd gebracht omdat zijn ‘thuisziekenhuis’ in Heerlen vol was. Toen Rotterdam ook vol bleek, ging de vlucht door naar Münster. Niet omdat er geen plaats was op de IC in het Klinikum van Aken twee kilometer verderop, maar omdat Den Haag en Berlijn nu eenmaal anders hadden besloten.

Om in de pandemie toch tot afspraken te komen, werd Emric in de nazomer van 2020 opgeplust naar Pandemric. Het lukte in weerwil van de verdeeldheid binnen de EU om in dit kleine stukje Europa wel tot een zekere afstemming te komen. Er is onder meer een euregionaal coronadashboard gekomen en een gezamenlijk maatregelenoverzicht, zodat de ene kant van de grens kan anticiperen op besluiten aan de andere kant. Ook hebben we het publiek met gerichte voorlichting geïnformeerd over wederzijdse maatregelen. Bovendien doen we onderzoek naar nieuwe mogelijkheden, zoals een nauwe samenwerking tussen de IC-afdelingen van de ziekenhuizen.
Zonder rigoureuze inmenging van de nationale regeringen hadden we ongetwijfeld nog meer en grotere successen kunnen boeken. Want samenwerken met het naaste buitenland zit de mensen in de grensregio’s in de genen. Hier is Europa werkelijkheid, in tegenstelling tot de hoofdsteden waar Europa theorie is. Het grensoverschrijdend verkeer van mensen, goederen en diensten is elke dag even druk. Gelukkig begint dat, mede door corona, op hoger niveau door te dringen. Het ministerie van VWS steunt het onderzoeksdoel, dat ook in de regio Twente uitgerold is, en de EU subsidieert Pandemric uit het Interreg-fonds.
De kennis opgedaan in de grensregio’s krijgt daarmee hopelijk nationale en internationale betekenis. Hoe kunnen we gesleep met patiënten voorkomen, hoe kunnen we de maatregelen op elkaar afstemmen, hoe kunnen we middelen en kennis met elkaar delen? Er is nog een wereld te winnen. Dat lukt niet door de grens dicht te spijkeren, maar door de wederzijdse afhankelijkheid van buurlanden te erkennen. Hadden we dat eerder gedaan dan waren we er wellicht ook op tijd achter gekomen dat vlak over de grens voldoende producenten van medische en persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig waren. Hadden we geen doldrieste spoedaankopen uit China nodig gehad.

Laat de coronacrisis daarom de wijze les zijn dat Nederland over de grenzen heen moet kijken. Een van de maatschappelijke opgaven waar ons land voor staat is namelijk de groeicapaciteit verruimen. Met de mogelijkheid om aan de andere kant van de grens te wonen, werken, ondernemen, studeren, recreëren zonder hinderlijke regels. Daar komt bij dat de grote uitdagingen van deze tijd als klimaatverandering, migratie, economie, criminaliteit en nu ook de pandemie zich helemaal niets van grenzen aantrekken. Pak deze dan ook grenzeloos aan.
In een gezamenlijke brief roepen de grensprovincies het nieuwe kabinet alvast op om de komende jaren bindende regiodeals te sluiten. Concreet betekent dat investeren in grensoverschrijdend openbaar vervoer, taalonderwijs, een euregionale arbeidsmarkt, een gezamenlijke economische agenda, een energie-infrastructuur annex duurzaamheid, samenwerking op het gebied van gezondheidszorg en veiligheid en vooral niet te vergeten afbraak van regeldruk. Want met sterke grensregio’s maken we Nederland groter.